Nieuwbouw Clubhuis Sportvereniging Deinum

Status: Niet gebouwd
Opdrachtgever: Jorritsma Bouw
Locatie: Deinum, Nederland
Constructeur: Projectengineering H. Castelein B.V.
Project jaar: 2015

Context

Waar bij Deinum tot voor kort het autoverkeer tussen Leeuwarden en Bolsward over de Westergoaweg reed ontstaat straks een nieuwe dorpsrand. De aanleg van de Haak om Leeuwarden heeft het weggedeelte bij Deinum overbodig gemaakt waardoor dit wegtracé kan worden weggehaald. Hiermee krijgt het dorp nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden voor wonen, sport en recreatie. De dorpsbewoners kijken hier naar uit want Deinum werd niet alleen aan de oostzijde begrensd, ook aan de noord- en zuidzijde wordt het dorp nog steeds afgebakend door het Van Harinxmakanaal en het spoor.

Deinum heeft een aantal kleine sportverenigingen. Deze maken nu onder meer gebruik van een sportterrein aan de noordoostkant van het dorp. Dit sportterrein voldoet niet meer. De velden zijn te nat, er zijn te weinig velden, er is geen parkeergelegenheid en de gebouwen zijn verouderd en te klein.
Een viertal sportverenigingen organiseren zich tot één omnivereniging. Dit zijn de kaatsvereniging DTD (De Trije Doarpen), de voetbalvereniging VV Sparta’59, de korfbalvereniging TDK (Troch De Koer) en vereniging voor volleybal en anderen sporten Sport & Spel.
De nieuwe omnivereniging zal straks gebruik maken van een nieuw sportcomplex aan It Holt. Dit nieuwe sportcomplex wordt aangelegd bovenop het voormalige wegtracé van de Westergoaweg. Het complex wordt ontsloten aan de zijde van It Holt, een weg die doorloopt als belangrijkste ontsluitingsweg van het dorp en doorgaande straat naar de oude dorpskern.

Gebouw en locatie

De nieuwe kleed- en clubaccommodatie ligt centraal op het nieuwe sportcomplex. Direct rondom het gebouw liggen alle velden: een kaatsveld, een kunstgras korfbalveld, een kunstgras voetbalveld, een evenemententerrein en een tweede voetbalveld. De alzijdigheid van het gebouw is een belangrijk uitgangspunt. Vanuit het gebouw, en dan met name vanuit de horecaruimte zijn alle velden zichtbaar.
Naast zichtbaarheid van de velden vanuit het gebouw is ook een efficiënte routing van en naar de velden van belang. De in- en uitgang voor sporters sluit direct aan op de route naar de velden. De directe nabijheid van de buitenberging met trainings- en wedstrijdmaterialen is hierbij essentieel. In de buitenberging is daarnaast ook ruimte voor het onderhoudsmaterieel. Hiervoor is de toegang bewust aan de zijde van de grasvelden gesitueerd, deze velden hebben nu eenmaal het meeste onderhoud nodig.
De hoofdentree van het gebouw is direct zichtbaar vanaf de belangrijkste toegang tot het sportcomplex. Deze toegang sluit ook aan op een route voor gemotoriseerd verkeer langs de zuidzijde van het gebouw. Aan deze route liggen de ruimtes die afhankelijk zijn van vuilnisophaaldiensten en bevoorradings- en calamiteitenverkeer.
De spelersgang kan aan de zijde van de hoofdentree worden afgesloten. De kleed- en wasruimtes zijn vanaf de veldzijde dan nog wel bereikbaar. Met deze afsluitmogelijkheid kan het gebouw ook in een beperkte openstelling  functioneren. Op drukke wedstrijddagen in het weekend zal dat niet nodig zijn. Maar bijvoorbeeld op doordeweekse avonden wanneer er geen bezetting en toezicht in de horecaruimte is, kunnen trainingen toch doorgaan. Omdat de teams dan een beperkte toegang tot alleen de kleed- en wasruimtes krijgen.

Gebouw en uitstraling

Het programma van eisen kiest voor het situeren van de kleed- en wasruimtes op de begane grond. De horeca, het feitelijke clubgedeelte bevindt zich op de verdieping. Deze programmatische verdeling leidt al gauw tot een gebouw met gesloten gevels op de begane grond en gevels met relatief veel beglazing op de verdieping. In het plan wordt dit onderscheid verder versterkt door gebruik van verschillende gevelmaterialen en kleuren voor begane grond en verdieping. De begane grond heeft een bakstenen gevel in een roodbruine kleurstelling. Een bakstenen gevel behoeft amper onderhoud, is nauwelijks te vernielen en is vriendelijk en warm qua uitstraling. Op de verdieping wordt een donkere metalen gevelbeplating toegepast. Dit materiaal is licht van gewicht en heeft ook geen onderhoud nodig.
Met deze materiaal- en kleurkeuze krijgt het gebouw de gevraagde sobere functionele uitstraling. Een uitstraling die terughoudend is ten opzichte van het omliggende landschap. Accenten in kleur en vorm maken het gebouw bijzonder en karakteristiek. Zo is de dakrand boven de doorgaande glasgevel van de horecaruimte verbreed tot een kleine luifel en zijn de kozijnen en dagkanten bij de hoofdentree en op de verdieping wit van kleur, hierdoor steken deze extra af tegen de omliggende donkere gevel waardoor deze belangrijke gevelopeningen van het gebouw extra nadruk krijgen.
Anders dan het exterieur kan het interieur meer uitgesproken zijn. Materiaal en kleurgebruik kunnen het karakter en de eigenheid van de nieuwe omnivereniging onderstrepen. Op de begane grond krijgt de gietvloer een uitgesproken kleur als belangrijk kleuraccent tussen de daar alom aanwezig beton- en steenachtige materialen. Op de verdieping en vooral in de horeca is een meer kalme en ontspannen uitstraling op zijn plaats. Warme kleuren en de toepassing van hout in meubilair en op de wand achter de bar ondersteunen deze sfeer.

TOEKOMST

In het plan is nadrukkelijk rekening gehouden met de eventuele toekomstige realisatie van een sportzaal. Deze wordt aan de westzijde, de zijde van het evenemententerrein tegen het clubhuis gebouwd. Met eenvoudige interne aanpassingen kan deze sportzaal direct vanuit de huidige hoofdentree worden ontsloten. Een extra toegang is dus niet nodig. Vanuit de horeca- en bestuursruimte is (toe-)zicht in de sportzaal mogelijk. De techniekruimte is aangrenzend waardoor bestaande installaties direct kunnen worden aangesloten op die in de nieuwe sportzaal.
In het plan zijn nu twee kleedruimtes behorende bij de sportzaal weggelaten. Enerzijds omdat het oorspronkelijke aantal van acht kleed- en wasruimtes aanzienlijke installatietechnische ingrepen noodzakelijk maakt en er met deze besparing meer financiële mogelijkheden voor het huidige plan zijn. Anderzijds omdat deze specifiek bij de sportzaal horen en deze primair worden gebruikt door sporters in de sportzaal. De nu aangegeven hoeveelheid van zes kleed- en wasruimtes is in verhouding tot het aantal velden. Nochtans kan niet elke team een eigen kleedruimte hebben. Dubbel en flexibel gebruik is noodzakelijk en wenselijk vanuit een duurzaam gebruik. Onderlinge afstemming over kleedruimtegebruik tussen de verschillende teams en sportdisciplines is nodig en bevordert de communicatie binnen de nieuwe omnivereniging.
Naast de sportzaal is ook de realisatie van een dakterras op de buitenberging een mogelijkheid in de toekomst. Vanaf dit terras kunnen de wedstrijden goed worden gevolgd en het terras biedt ruimte voor clubactiviteiten. Dit terras sluit direct aan op de horecaruimte. Met een trap naar het maaiveld worden velden vanaf het terras en vanuit de horecaruimte rechtstreeks bereikbaar.